Helft huishoudens spaart te veel pensioen

Helft huishoudens spaart te veel pensioen

 

De helft van de huishoudens spaart meer voor pensioen dan wat ze zelf zeggen nodig te hebben. Er is echter ook een substantiële groep, zo’n 35% van de huishoudens, die te weinig spaart ten opzichte van hun eigen pensioenwens. Met name zelfstandigen en gescheiden mannen en vrouwen komen te kort.

Dat concluderen onderzoekers van Netspar, de denktank op het gebied van pensioen, in een rapport dat vrijdag verschijnt. De resultaten zijn verrassend. Vooral het feit dat zoveel huishoudens te veel voor hun oude dag opzij zetten, staat haaks op het gevoel dat momenteel in de samenleving leeft. Veel werknemers vrezen juist dat ze niet op een toereikend pensioen uit zullen komen mede door recente ingrepen van het kabinet op het gebied van de pensioenopbouw. Een kanttekening bij het onderzoek van Netspar is wel dat er nog geen rekening is gehouden met deze inperkingen op de fiscale aftrekbaarheid. Maar volgens Netspar worden deze inperkingen wel deels gecompenseerd doordat mensen langer gaan werken.

 

Behoefte aan maatwerk

Netspar deed het onderzoek in het kader van de discussie over een toekomstig pensioenstelsel. ‘De belangrijkste conclusie is dat de pensioenopbouw erg per huishouden verschilt’, zegt onderzoeker Marike Knoef, die samen met onder meer hoogleraar economie Kees Goudswaard het rapport schreef. ‘Een flinke groep kan echt niet aan zijn levensstandaard voldoen en een andere groep spaart weer te veel.’ Volgens Knoef laten deze grote verschillen zien dat er meer behoefte is aan maatwerk.

 

35% komt niet tot een pensioen dat ze zelf als adequaat beschouwen

Netspar heeft niet alleen naar het pensioen inclusief de AOW gekeken, maar ook naar de eigen woning en eventuele extra pensioenspaarpotjes van mensen. Wanneer met al deze zaken rekening wordt gehouden, gaan Nederlanders er in het algemeen op vooruit als ze met pensioen zijn, aldus Netspar. Het doorsnee netto vervangingspercentage ligt dan namelijk op 101. Doordat mensen boven de 65 jaar geen AOW-premie meer betalen, is de bruto-nettoverhouding gunstiger dan wanneer ze nog werken. Samen met spaarpotjes en eventueel het voordeel van een (deels) afgelost huis komen ze daardoor netto hoger uit dan toen ze nog werkten. Overigens gaat het onderzoek er wel van uit dat mensen geen onderbrekingen hebben in hun loopbaan en tot pensioenleeftijd doorwerken.

 

Veelspaarders

Afgezet naar wat mensen zelf als een toereikend pensioen beschouwen, spaart een grote groep te veel. Daarbij speelt mee dat bij veel mensen het uitgavenpatroon terugloopt bij pensionering, omdat bijvoorbeeld de kinderen het huis uit zijn. Zelfs als er rekening mee wordt gehouden dat de pensioenen nog 20% lager kunnen uitvallen door de markt, spaart de helft van de mensen nog steeds ten minste 10% te veel volgens Netspar. ‘Dat duidt erop dat geld waarschijnlijk niet optimaal over de levenscyclus wordt verdeeld. Mensen hadden in de periode rond hun 40e – toen ze veel uitgaven aan bijvoorbeeld hun huis – meer geld kunnen overhouden’, aldus Knoef. Alleen gekeken naar AOW en pensioen heeft ruim een kwart van de huishoudens na pensionering netto evenveel als daarvoor.

 

Zelfstandigen sparen te weinig

Tegenover de veelspaarders, staat een groep van 35% die met AOW, pensioen en spaarpotjes niet aan het pensioen kunnen voldoen dat ze zelf als adequaat beschouwen. Een kwart van alle huishoudens kan zelfs niet aan de minimale pensioenbehoefte voldoen. In deze groep zitten onder meer de zelfstandigen. Bijna de helft van de zelfstandigen komt met pensionering bruto niet op 70% van het huidige loon, zelfs niet als alle financiële bronnen wordt meegeteld. Er komt steeds meer aandacht voor deze groep. Overigens halen ook de hogere inkomens vaak niet het pensioen dat ze verwachten. Zij zijn afhankelijker van eigen besparingen en sparen vaak onvoldoende bij.

 

Bron: FD Media Groep, Pensioen pro

Comments are closed.