Rentedaling: Daling pensioenopbouw of stijging premie

Rentedaling: Daling pensioenopbouw of stijging premie

De rente is sinds het begin van dit jaar zover gedaald dat pensioenfondsen hun premie voor 2016 wellicht fors moeten verhogen, of de opbouw verlagen. Sommige fondsen broeden op andere alternatieven, zoals het inzetten van het indexatiedepot.

De 30-jaars swaprente dit jaar tot 7 maart, toen de ECB zijn opkoopprogramma voor staatsobligaties startte, is van 1,5% naar 1,2% is gedaald, en sindsdien verder is gezakt naar 1% afgelopen woensdag. ‘Alleen al sinds het begin van het QE-programma zijn de pensioenen zo’n 5% duurder geworden, gemiddeld 1% van het salaris’, concludeert actuaris Dennis Van Ek. Van Ek is van oordeel dat de rentedaling niet alleen is toe te schrijven aan het ECB-beleid. ‘De rente in de VS is in deze periode ook gedaald, maar niet zo ver.’ Volgens de actuaris zorgt de gedaalde rente sinds begin 2015 ervoor dat de pensioenpremies met 10% moeten stijgen, om nog hetzelfde pensioenresultaat te bereiken. Pensioenfondsen die hun pensioenkosten vaststellen zonder demping, dus op basis van de huidige marktrente plus ufr, krijgen daar al direct mee te maken volgend jaar. Fondsen die hun premie wel dempen, moeten er volgens Van Ek rekening mee houden dat ze de rentedaling van circa 0,5%-punt uiteindelijk moeten verdisconteren. Pensioenfondsen kunnen voor het berekenen van hun pensioenpremie gebruikmaken van drie ‘smaken’: de actuele marktrente, een historisch gemiddelde rente, of een verwacht rendement. Bij de keuze voor marktrente is er dan sprake van een ‘ongedempte’ premie. Bij de gemiddelde rente of het verwacht rendement wordt er gesproken van een ‘gedempte’ premie.

Daling pensioenopbouw of stijging premie

Van Ek schetst de gevolgen van de lage rente voor pensioenfondsen met een collectieve dc-regeling en een ongedempte premie. ‘Voor hen kan dit betekenen dat de pensioenopbouw volgend jaar direct al achterblijft bij het volledige opbouwpercentage.’ Bij de meeste fondsen is dat 1,875%, en volgens Van Ek zou een stijging van de pensioenkosten van 10% hier neerkomen op een opbouwdaling van ongeveer 0,2 procentpunt. Db-fondsen met een vaste opbouw (in tegenstelling tot cdc-fondsen, die hun opbouw kunnen verlagen) zullen mogelijk hun premie moeten verhogen dan wel hun regeling moeten versoberen, om aan de beoogde pensioenopbouw te komen, maakt hij duidelijk. Aon Hewitt onderschrijft Van Eks sombere voorspelling voor fondsen die een ongedempte premie hanteren. Mark van de Velde, senior clients consultant, schat de effecten van de gedaalde rente voor fondsen die hun premie dempen op basis van het verondersteld rendement in op 6 tot 7%. In dit geval geldt de rentedaling alleen voor vastrentende waarden, en niet voor de verwachte rendementen op aandelen en overige zakelijke waarden. ‘Bij tienjaars-demping van de rente is het effect echter gering, slechts 2%, doordat de daling geleidelijk wordt verwerkt. Maar als de rente vanaf nu tien jaar gelijk blijft, dan krijg je inderdaad het effect dat Mercer voorziet’, licht hij toe.

Aanpassing ufr kan situatie nog verslechteren

Van de Velde benadrukt overigens dat het voorziene effect is gebaseerd op de methodiek van de huidige ultimate forward rate (ufr), die wellicht nog vóór 1 juli door het kabinet wordt aangepast. ‘Komt die aanpassing er inderdaad, dan verwachten we een verlaging van de ufr, waardoor de premies ruim 5% extra zouden moeten stijgen ten opzichte van de huidige stijging van rond de 12%. In dat geval zal de premie, conform het advies van de commissie ufr, de komende jaren verder stijgen. Het ufr-niveau wordt dan immers vastgesteld als een tien-jaars voortschrijdend gemiddelde van de lange rente.' Pensioenadviseur Towers Watson signaleert de tegenstrijdigheid dat onder het nieuwe ftk pensioenfondsen hun (premie)beleid vóór 1 juli moeten vaststellen. ‘Maar de premie voor 2016 kan pas laat dit jaar worden bepaald, omdat die gebaseerd moet zijn op actuele marktinformatie. Fondsen moeten daarom nu al rekening houden met de rentedaling tot nu toe, maar kunnen al snel daarna geconfronteerd worden met nieuwe rentewijzigingen,’ schetst Wichert Hoekert, senior consultant retirement solutions, het dilemma. Hij vervolgt: ‘Dat zou ongelukkig kunnen uitpakken, als de situatie wijzigt nadat de sociale partners overeenstemming hebben bereikt.’ Hij meent dat het praktischer zou zijn als de rente die geldt op het moment dat het premiebeleid wordt vastgesteld, tegelijkertijd de rente voor de nieuwe premie mag zijn. Volgens Van de Velde van Aon Hewitt zitten pensioenfondsen nu in het stadium dat ze zich beraden over de methodiek die ze willen gebruiken voor het bepalen van de premie voor volgend jaar. ‘Moet de premie worden gedempt of niet, en moet dat gebeuren op basis van het verwachte fondsrendement of aan de hand van de gemiddelde rente’, zegt hij. ‘Pas eind van het jaar weten ze, aan de hand van de rente in het laatste kwartaal, welke gevolgen de gekozen methodiek heeft voor de premiehoogte. Pas dan kunnen ze concrete besluiten nemen.’ ‘Verwacht rendement steeds vaker richtlijn’ Van de Velde verwacht overigens dat weinig fondsen een beslissing tot demping zullen baseren op de rentetermijnstructuur (rts) van de afgelopen tien jaar, die aanzienlijk hoger was dan nu. ‘Om te voorkomen dat ze met verlies moeten inkopen, zullen ze eerder kiezen voor een periode van vijf of misschien slechts drie jaar.’ Hij meent verder te bespeuren dat pensioenfondsen de voorkeur geven aan de gemiddelde rts, ‘omdat die beter aansluit bij de actualiteit’. Vanwege de renteontwikkeling gaat Towers Watson ervan uit dat steeds meer pensioenfondsen het verwacht rendement als richtlijn zullen nemen voor de bepaling van hun gedempte kostendekkende premie. Hoekert wijst er hierbij op dat de huidige lage rente ook consequenties zal hebben voor de kostendekkende premie tot en met 2020. ‘Het nieuwe ftk schrijft namelijk voor dat het in de premie veronderstelde rendement op vastrentende waarden wordt afgeleid van de actuele rente en wordt vastgelegd voor vijf jaar.’

‘Tegenvaller wellicht opvangen uit indexatiedepot’

Hoe kijken pensioenfondsen aan tegen de gedaalde rente in het licht van hun premie? Het Bedrijfstakpensioenfonds voor Zorgverzekeraars (SBZ) voorziet op dit moment dat de premie met 2%-punten zou moeten stijgen naar 26% van de pensioengrondslag, om uit te komen op de beoogde opbouw, zegt uitvoerend bestuurslid Jobert Koomans. SBZ berekent een gedempte actuariële premie op basis van een rekenrente van 3% en een solvabiliteitsopslag van 18%. Volgens het bestuurslid kan SBZ de tegenvaller wellicht opvangen uit een indexatiedepot, dat wordt opgebouwd uit de werkgeverspremie. ‘Maar we weten nog niet zeker of de toeslagreserve ook mag van het ministerie van Sociale Zaken in het kader van de duurzame indexering.’ Het bestuur overlegt op dit moment met de sociale partners over de premie voor 2016. Knopen kunnen echter pas worden doorgehakt in het vierde kwartaal, als toezichthouder DNB de rentetermijnstructuur bepaalt, aldus Koomans. PME, het bedrijfstakpensioenfonds voor de grootmetaal, heeft zijn premie voor de komende vijf jaar vastgelegd op 24,1% van de pensioengrondslag, met een franchise die tot 2020 jaarlijks geleidelijk daalt. Een egalisatiereserve moet voor een stabiele premie zorgen. ‘Door de rentedaling is de kans dat die reserve ontoereikend is toegenomen. ‘Daarmee stijgt ook de kans dat de pensioenopbouw in de komende jaren moet worden verlaagd’, maakt een woordvoerster duidelijk. BpfBouw laat weten dat het zich nog aan het verdiepen is in de precieze effecten van de lage rente. ‘Voor de besluitvorming rond premie- en opbouwpercentages dit najaar, moeten alle betrokken partijen, inclusief regelgevers en toezichthouders, zich goed bewust zijn van de gevolgen van de extreem lage rente’, reageert directeur David van As. Het zorgfonds PFZW wil nog niet reageren en wijst erop het bestuur pas na de zomer besluiten zal nemen.

Koepelorganisatie is bezorgd

De Pensioenfederatie zegt ‘erg bezorgd’ te zijn over de lage rente en vreest volgens een woordvoerster ‘desastreuze effecten’ voor de pensioenen. Volgens de koepel onderschat staatssecretaris Jetta Klijnsma het probleem. De federatie pleitte er al eerder voor om de beleggingsregels voor pensioenfondsen te versoepelen, om zo de potentie voor een hoger rendement te vergroten. FNV-bestuurder Gijs van Dijk vroeg de staatssecretaris recent om een tijdelijk crisispakket, dat onder meer de mogelijkheid moet geven nu misgelopen pensioenopbouw in betere tijden in te halen. Hij stelde daarnaast voor om de verplichtingen voorlopig te berekenen aan de hand van de rentestand vóór de ECB-maatregelen, en om pensioenfondsen vaker de mogelijkheid te geven om hun beleggingsbeleid aan te passen. Een woordvoerster voor de staatssecretaris laat weten dat Klijnsma bereid is met de sociale partners van gedachten te wisselen over de gevolgen van langdurig lage rente. Volgens haar doet de staatssecretaris al onderzoek naar de mogelijkheden om het beleggingsbeleid te verruimen.

 

Bron FD Media Groep, Pensioen Pro

Comments are closed.